Vorige week dinsdag zond het programma Tegenlicht een interessante documentaire uit getiteld: De toekomst van ons voedsel, landbouw of laboratorium. Hierin stond de vraag centraal hoe we de steeds toenemende wereldbevolking gaan voeden en of dit op industriële danwel traditionele wijze moet gebeuren. Centrale spreker prof. Michael Pollan schetst de opkomst van de industriële landbouw en veeteelt en vertelt hoe het mis gaat aan de basis van onze voedselvoorziening: schaalvergroting die leidt tot monoculturen en op grote schaal fokken van vee, wat weer vraagt om kunstmest, bestrijdingsmiddelen en antibiotica. Al deze onnatuurlijke stoffen vinden hun weg weer terug in ons voedsel dat ook steeds meer verstoken raakt van de nodige voedingsstoffen. Toch lijkt een industriële aanpak niet noodzakelijk om zes miljard mensen te voeden en blijken steeds meer mensen in Westerse landen een voorkeur voor organisch en verantwoord verbouwd voedsel te ontwikkelen.
Pollan weet in zeer duidelijke bewoordingen uit te leggen waaraan het schort in onze huidige voedselcultuur. Zo zegt hij dat de Amerikanen slechts 10% van hun inkomen aan voedsel uitgeven -misschien wel de belangrijkste uitgave die je doet- maar dat we wel allemaal een hoge prijs betalen voor dit goedkope voedsel omdat het niet op een duurzame manier verkregen wordt. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor is dat de industriële landbouw draait om fossiele brandstof: kunstmest wordt namelijk van fossiele brandstof gemaakt, buiten de brandstof die voor het transport wordt gebruikt. Als tegenwicht komen ook de mensen van de voedingsindustrie naar voren die uiteraard de verworvenheden van hun industrie bezingen. De agrarische industrie heeft natuurlijk een enorme prestatie neergezet als het gaat om veel rendement, houdbaarheid, constante ‘kwaliteit’ en hygiëne te behalen, maar doet dit tegen een prijs die later wel eens heel hoog kan blijken te zijn. Hoewel ze stellen dat hun producten -een woord dat steevast wordt gebruikt terwijl het om voedsel gaat- niet schadelijk zijn voor de gezondheid, raden ze wel aan een gevarieerd dieet er op na te houden. Impliciet geven ze hiermee aan dat hun producten niet in deze behoefte voorzien.
Carlo Petrini, president van Slow Food, bekritiseert de afname van kennis bij de mensen omtrent voedsel. Heel treffend beschrijft hij de verschuiving van de mensen als (kritische) burgers naar (slaafse) consumenten. Men weet niet meer hoe eten hoort te smaken en wat goed voor je is en de voedingsindustrie speelt daar handig op in door de consumenten letterlijk verslaafd te maken aan hun producten. De traditionele landbouwkennis verdwijnt steeds meer en daarvoor in de plaatst komt de kennis van de industriële landbouw en voedingsindustrie. De voedingsindustrie is eigenlijk alleen maar bezig met het toevoegen van waarde aan in wezen eenvoudinge voedselproducten, zodat men het homogene product kan differentiëren ten opzichte van dat van de concurrent. Zo krijg je een enorme focus op allerlei ‘features’ bovenop het voedsel met allerlei toevoegingen die ‘waarde’ moeten toevoegen en het ‘uniek’ moeten maken. Hierin speelt marketing uiteraard een enorme rol om de boodschap naar de consument te brengen.
De bizarre situatie die met onze huidige voedselcultuur ontstaat is dat we nu mensen met overgewicht hebben die toch ondervoed zijn; de verhouding calorieën versus essentiële bouwstoffen is compleet scheefgegroeid. Veel consumenten maken hun keuze voor voedsel op basis van de hoeveelheid calorieën in plaats van voedingsstoffen. Om die ontwikkeling te ondervangen zijn voedingsbedrijven begonnen met het steeds vaker toevoegen van vitamines en andere ‘essentiële’ voedingsstoffen die de massaproducten ontberen; de voedingsindustrie transformeert voeding eigenlijk in farmaceutische producten: pro-biotische yoghurt, snoep met vitamines, zuivelproducten met toegvoegde mineralen, enz. Als je verder redeneert dan past dit wel in gedachte van de Codex Alimentarius, waarbij al het goede van voeding onder farmaceutische principes zou gaan vallen. Volgens Pollan moet het met de huidige kennis van zaken over landbouw en veeteelt goed mogelijk om duurzaam voedsel te produceren zonder de toevlucht te nemen tot groeihormonen, bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Dit vraagt dan wel om een ander economische model.
Petrini brengt het voedselverhaal nog een niveau hoger en beschrijft in wezen een bijna ‘Matrix-achtig’ scenario waar de consumenten tot legbatterijkippen verworden en zielloze slachtoffers van de marketingmachines van de agrarische en voedselindustrie. Voedsel is een marketingobject geworden met tot doel zoveel mogelijk ervan te verkopen. De manier om dit effectief te doen is om mensen verslaafd te maken door allerlei toevoegingen en verslavende stoffen. Vervolgens mag de farmaceutische industrie dan inspringen wanneer de mensen ondervoed blijken te zijn door supplementen en vitamines te verkopen. Een zeer gevaarlijke en verontrustende omstrengeling waarin de consument zich bevindt. Het advies van de heren is dan ook om back to basics te gaan en echt voedsel te eten.
Stream van de Tegenlicht-uitzending.
Monkeyman: Gewassen maken die op woestijngrond groeien, zijn we in 1 klap klaar met het voedsel probleem. Maar nee, we gaan terminator seeds maken.
Om 1 calorie vlees te krijgen hebben we 6 ~ 7 calorieen groenvoer nodig.
Verpakking is belangrijker dan de inhoud, en Pollan's bespiegeling dat we eigenlijk aardolie eten met ons geraffineerde voedsel moet mensen toch aan het denken zetten.
Een betere en gezondere toekomst begint bij de kassa !!!