“We zullen vechten tot de laatste man”, aldus de woordvoerder van Fatah al-Islam, de mysterieuze terreurgroep die in het noorden van Libanon al weken het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr al-Barid in gijzeling houdt. Het Libanese leger heeft het kamp hermetisch afgesloten en voert dagelijks beschietingen uit. Duizenden Palestijnen zijn wederom op de vlucht. En Libanon staat op de rand van een nieuwe burgeroorlog. Waar de ultra fanatieke strijders zo plots vandaan zijn gekomen, wordt langzaam duidelijk. De Libanese regering wijst naar Syrië, dat Libanon zou willen destabiliseren maar Syrië ontkent alle betrokkenheid. De waarheid blijkt duisterder. De gebeurtenissen in Libanon kunnen worden gezien als “blowback” van een onzalig plan. Het lijkt erop dat de huidige Libanese regering zelf de salafistische terreurgroep in huis heeft gehaald. Met complimenten van de Verenigde Staten.
De gevechten tussen het Libanese leger en Fatah al-Islam braken uit nadat eenheden van het leger rond Nahr al-Barid een aantal bankovervallers probeerden te arresteren. Volgens de officiële lezing dan. Maar de terreurgroep sloeg genadeloos terug door opgestelde legerposten te overrompelen waarna de meest bloedige gevechten sinds de Libanese burgeroorlog losbarstte. Het leger, dat volgens een verdrag uit 1969 geen vluchtelingenkampen mag betreden, sloeg beleg op voor Nahr al-Barid en begon met zware artillerie beschietingen op stellingen van de in het kamp teruggetrokken strijders. Tot grote woede van de Palestijnen. Het zou zelfs nog enkele dagen met zware beschietingen duren voordat de eerste burgers het kamp konden verlaten.
De Libanese regering reageerde geschokt. “Fatah al-Islam is geïmporteerd in Libanon en het moge duidelijk zijn wie hierachter zit”, aldus Raad Al-Hariri, Libanees miljonair en de zoon van de in 2005 vermoorde Libanese premier. Als in de daarop volgende dagen een aantal bomaanslagen in de hoofdstad Beiroet wordt gepleegd, lijkt dit de stelling te onderstrepen. Syrië is bezig Libanon te destabiliseren. Een wanhoopspoging om een tribunaal rond de moord op Hariri tegen te houden.
Hoewel Syrië ongetwijfeld als doorvoerhaven heeft gefungeerd voor de strijders, is het te simpel om te stellen dat Syrië de groep actief steunt en bevoorraad. Volgens experts is Fatah al-Islam een afsplitsing van Fatah al-Intifada, een inderdaad door Syrië gesteunde groep. Maar Fatah al-Intifada ontkent ook iets met de groep te maken te hebben. Fatah al-Islam is immers een soennitisch salafistische groep, fel anti-sjiietisch en fel anti-Amerikaans. Fel anti-Hezbollah.
Volgens Ahmed Moussalli, een expert op het gebied van Islamisten aan de American University of Beirut, zijn leden van de Libanese soennitische regering al maanden bezig om fondsen te verzamelen en wapens Libanon binnen te smokkelen voor een soennitische terreurbeweging. Een beweging opgezet als tegenwicht voor de sjiietische Hezbollah. Syrië zou in eerste instantie wel hebben meegewerkt, door strijders en wapens doorgang te geven van Irak naar Libanon, maar pas in Libanon zelf kon de groep uitgroeien tot de minstens vijfhonderd goed getrainde en bewapende strijders die nu in Nahr al-Barid verschanst zitten. Ook Hilal Khashan, professor in politieke wetenschappen van de American University lijkt dit te onderstrepen. “Hariri flirtte met soennitische terreurgroepen. Zodra hij in 2005 aan de macht kwam betaalde hij $ 48.000 borg om vier leden van de Dinniyeh groep vrij te krijgen. Deze lieden probeerden in 2000 een islamitische mini-staat in het noorden van Libanon te vestigen.” In 2006 zouden de Hariri sympathisanten volgens Khashan zelfs per bus groepen uit Akkar naar Beiroet hebben gehaald om te demonstreren tegen de Deense cartoons. Maar nadat de ingereden fanaten de Deense ambassade en een christelijke kerk met de grond gelijk probeerden te maken, zagen de Hariri’s af van verdere samenwerking met deze groepen.
De journalisten Seymour Hersh en Franklin Lamb gaan zelfs verder. Volgens hen genieten Fatah al-Islam en de in het zuiden van Libanon opduikende Jund Al-Sham direct steun van de zogenaamde “Welsh club”, genoemd naar een assistent van de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Rice, David Welsh. De club zou bestaan uit leden van de soennitische Libanese Fouad Siniora regering, Saudies en Welsh met directe aansturing door de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse zaken Elliot Abrams. Zodra Fatah al-Islam zich eind 2006 heeft losgemaakt van Fatah al-Intifada werd hen onmiddellijk geld en wapens aangeboden. Ook andere radicale groepen van directe Libanese afkomst, zoals Osbat al Ansar en Jund Allah, krijgen fondsen tot hun beschikking terwijl hun gelederen worden aangevuld met buitenlandse strijders. Mohammad Kobanni, soennitisch groot-moefti en handlanger van Hariri wordt zelfs beschuldigd van het verstrekken van “scholings-visa’s” aan salafistische Al Quadisten om hun toegang tot Libanon te vergemakkelijken.
Als de Wesh club besluit de groep van het zuiden te verplaatsen naar het kamp Nahr al-Barid dekt volgens de Arab Monitor van 06/06/07 mevrouw Bahia Hariri de kosten. Maar nadat de gevechten rond Nahr al-Barid zijn uitgebroken krijgt mevrouw Hariri last van haar geweten en biedt kinderen van de in de strijd gesneuvelde soldaten aan een opleiding te betalen. Zij zal niet de enige zijn die wroeging krijgt.
Zodra Fatah al-Islam intrek neemt in het vluchtelingenkamp wordt pijnlijk duidelijk dat de groep liever tegen Israëli’s of Amerikanen vecht dan de sjiietische Hezbollah. In snel tempo verslechtert de verhouding tussen de terreurgroep en haar broodmeesters. De schijnbaar uit het niets komende aanval op het Libanese leger heeft daarom waarschijnlijk niets met een bankoverval te maken, maar eerder met het stopzetten van fondsen naar de groep. Daarop besloten de terroristen domweg hun gram te halen.
Onder de vluchtende Palestijnen doen ook nog verhalen de ronde dat de acties niets meer zijn dan een geplande ontruiming van het vluchtelingenkamp. Zij vermoeden dat de NATO een militaire basis wil in het gebied rond Nahr al-Barid. NATO officieren zouden polshoogte hebben genomen op de locatie en vervolgens het Libanese leger hebben aangespoord drastische actie te ondernemen tegen een groep die moedwillig in hun kamp is geplaatst.
Ondertussen lijkt het Libanese leger de situatie rond Nahr al-Barid onder controle te hebben. Een staakt-het-vuren wordt in acht genomen terwijl het leger de laatste verzetshaarden probeert te ontmantelen. Maar het probleem is nog niet opgelost. In Libanon zijn naast Fatah al-Islam nog vele andere groepen actief, onder andere Jund Al-Sham. Fatah al-Islam heeft zelf gedreigd het geweld naar geheel Libanon uit te breiden. Met regelmaat worden geheime wapendepots gevonden en zelfs de VN, in een poging wederom Syrië aan de terreurgroepen te koppelen, rept van grootschalige wapensmokkel. De Verenigde Staten hebben het Libanese leger al toegezegd munitie en reserveonderdelen te sturen. Geen echt zware wapens, anders zouden de Libanezen deze wel eens tegen Israël kunnen gebruiken.
Of is dit een verandering van tactiek? Bewapenen de Amerikanen juist het Libanese leger om uiteindelijk tegen Hezbollah ingezet te worden? Dezelfde Hezbollah die de VN-vredesmacht, gestationeerd in het zuiden van Libanon, heeft aangeboden te beschermen tegen losgeslagen salafistische terreurgroepen?
Libanon is een nieuw front geworden in de oorlog tegen terreur al legt de situatie in het kleine land de dubbele agenda van die oorlog pijnlijk bloot. In de strijd tegen sjiietische groeperingen zijn schijnbaar alle middelen geoorloofd. Zelfs samenwerking met wat wij Al Quada noemen. Fatah al-Islam is het product en de “blowback” van deze zwarte agenda.
Ik kan slechts fantaseren en inbeelden over hoe je je voelt en gedraagd in gebieden waar je een kogel kan krijgen alleen maar door je afkomst.
Hoe jezelf te handhaven in een gebied waar het bol staat van de smerige spelletjes?
De hoge pieten die de oorlog tegen terreur claimen te vechten vegen hun reet af met mensenlevens. Hoe slecht moet je zijn om normaal te kunnen leven met dat op je geweten?