Big Pharma: zieke mensen = is business
De geneesmiddelenindustrie legt het grote probleem al bloot in haar benaming: het is een industrie. Hier wordt geld verdiend aan zieke mensen. Mensen die gezond zijn of beter gemaakt, daar valt niets aan te verdienen, dus dicteert de logica dat meer zieke mensen beter voor de business zijn. Dit klinkt amoreel en verwerpelijk, maar in de logica van een corporatie bestaan dit soort subjectieve argumenten niet. Een geweten is een luxe die een corporatie niet heeft, aangezien het flink conflicteert met optimaal geld verdienen. Het sleutelwoord binnen deze industrie is patent: met behulp van patenten kan geld verdiend worden. Veel geld. En aangezien patenten aflopen is het ook zaak om zo snel mogelijk ‘return on investment’ te verkrijgen voordat de concurrentie ook het medicijn kan gaan produceren en de gouden marges verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het vervelende is dat deze industrie wel in een heel belangrijk gebied zit, namelijk het beter maken van mensen en zo het beter maken van onze wereld door de kwaliteit van leven te verhogen voor iedereen. Dat is nogal een belangrijke taak om over te laten aan de kille parameters van marktwerking.
Met het huidige corporatistische model is het nagenoeg onmogelijk om goed te doen voor de mensheid. En dus verschijnen er medicijnen die meer op verlichting van klachten en symptomen zijn toegesneden dan genezing; alsof men al vanaf het eerste moment in de palliatieve zorg terecht komt. De patenten worden niet alleen gebruikt om veel geld te verdienen door het alleenrecht op medicijnproductie te hebben, maar ook om de concurrentie koud te stellen. Deze taktiek zie je ook veel terug komen in de biotech, waar men een patent neemt op zo’n beetje alles, zodat de concurrentie er geen onderzoek meer naar kan doen. Het feit dat men daarmee misschien wel de genezing voor dodelijke ziektes dwarsboomt doet er niet toe. De grote pharmabedrijven hebben er met hun enorme lobby’s voor gezorgd dat de toelatingseisen voor nieuwe medicijnen zo omvangrijk en kostbaar zijn geworden, dat kleine innovatieve bedrijven geen kans hebben om een eventueel revolutionair medicijn naar de markt te brengen. Het klinkt tegenstrijdig, maar door de strenge eisen van de controlerende autoriteiten wordt het kleine bedrijven nagenoeg onmogelijk gemaakt te concurreren op deze markt. Met alle klinische testen, toelatingsprocedures en wetgeving die met de introductie van een nieuwe medicijn gepaard gaan (in de VS loopt dit al snel naar de 200 miljoen dollar en een heleboel manuren) wordt het snel duidelijk dat dit niet op te brengen is voor nieuwe toetreders. Zij zien zich dan gedwongen om samen te werken met concurrenten of om het patent te verkopen of domweg op te geven, wat ertoe leidt dat de innovatie de consument niet zal bereiken als er niet genoeg geld aan verdiend kan worden. Met andere woorden: als je zou ontdekken dat je met een soepje van paardenbloemen 80% van alle kankers kan genezen, dan is dit geen goed businessmodel. Tenzij je een patent op paardenbloemen kunt verkrijgen.
Het wordt snel duidelijk dat deze industrie niet op haar eigen terrein bestreden kan worden. De budgetten van de heersende bedrijven zijn te groot, hun lobby te omvangrijk, hun donaties naar universiteiten en onderzoekers te talrijk en hun campagnegelden en steekpenningen naar welwillende politici te verreikend.
Militair-industrieel complex: Bellum Ex Machina
Deze relatief snelgroeiende industrie is misschien wel het makkelijkst ‘evil’ te noemen, aangezien ze teert op oorlog en conflict en de onvermijdelijke slachtoffers die erdoor vallen. Worden atoomwapens nu voornamelijk nog als afschrikmiddel gebruikt, de conventionele wapens worden wel degelijk gebruikt in de vele brandhaarden die onze wereld rijk is. Maar het zijn niet alleen de wapenverkopen die aan de basis staan van de succes van de industrie. Het militair-industrieel complex wordt steeds creatiever in het maken van de markt en het steeds weer opnieuw uitvinden van verdienmodellen. Zo is er niet alleen geld te verdienen met het leveren van kogels, bommen, jachtbommenwerpers en aanvalshelikopters, maar ook met de hele logistiek van de gehele militaire operatie. En privatisering is hier het grote toverwoord. Werd er eerst nog begonnen met het uitbesteden van non-militaire taken zoals koken, wassen en schoonmaken van militaire onderkomens, nu zien we steeds meer militaire taken uitbesteed worden aan corporaties tegen een kostprijs die veel hoger ligt als toen het door de overheidsbetaalde militairen werd gedaan. Megacorporaties als Bechtel, KBR en Halliburton harken vele miljarden binnen met zogenaamde no-bid contracten die ze met zware regeringlobby’s hebben veiliggesteld. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze vorm van privatisering alleen maar heeft geleid tot een lagere kwaliteit, dubieuze praktijken en een hoger kostenplaatje dat door de belastingbetaler opgehoest moet worden.
Oorlog is big business en dus is het duidelijk dat meer oorlogsgezinde politici de meeste steun krijgen van de oorlogscorporaties. Oorlog is het ideale middel gebleken om geld van de belastingbetaler weg te sluizen en vervolgens extra winst te pakken met de opbouwwerkzaamheden die in de vernietigde gebieden klaarliggen; het veroverde land mag vervolgens zelf de herstelbetalingen ophoesten voor de infrastructuur en leefgebieden die de bezetter heeft weggevaagd. In Irak is dit perfect te zien: corporaties voeren oorlog, bouwen op wat ze mee hebben helpen vernietigen en de Amerikaanse regering doet haar taak door deze corporaties het alleenrecht te geven op de business middels no-bid contracten en imperialistische wetgeving die speciaal voor de corporaties ontworpen is. Net als de koloniën vroeger. In de slipstream komen dan weer allerlei andere industrieën mee om een graantje mee te pikken, zoals Big Oil (of is dit eigenlijk de opdrachtgever?). Het is een industrie die zichzelf in een cyclisch model in stand houdt, door gebieden te vernietigen en weer op te bouwen. Het enige waarmee deze machine mee in gang gehouden moet worden is een verse toevoer van oorlogen.
Big Agra en Gentech
Doordat onze voedselvoorziening steeds meer in corporatistische handen is gekomen, loopt de (eerlijke) verdeling van voedsel op globaal niveau scheef. Niet alleen neemt de diversiteit van gewassen af en wordt de veestapel steeds verder volgepompt met antibiotica en groeihormonen, maar de genetische manipulatie lijkt een tijdbom te vormen waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Op termijn zou dit weleens de grootste bedreiging van de mensheid kunnen zijn. Gentech is samen met de patentering van die nieuwe genetische variëteiten het sterkste wapens van Big Agra. Zo controleren zij welke gewassen door wie worden gebruikt, aangezien zij de natuurlijke variëteiten steeds meer vervangen door hun eigen genetisch aangepaste gewassen. De patenten hierop verzekeren hen van een herhalende afname door boeren aangezien de gemodificeerde gewassen door terminator technologie steriel zijn en niet geschikt voor normaal hergebruik. Tevens heeft gentech de vervelende eigenschap zich als een virus te gedragen en ook natuurlijke gewassen aan te steken met zijn gepatenteerde genen, waardoor deze gewassen ook automatisch eigendom worden van de corporaties. Deze gentechbesmetting wordt vervolgens door Big Agra gebruikt om de nietsvermoedende (kleine) landbouwers op te kopen of kapot te procederen. Door afnemende variëteit en een toename van monocultuur landbouw verschraalt onze grond en neemt de productie af in kwaliteit en aantal. Waar diversiteit in gewassensoorten Moeder Natuur haar verdedigingsmechanisme was tegen ziektes, lopen we nu meer gevaar dan ooit om in de toekomst massale misoogsten te krijgen. Dit komt ook nog naast alle (on)voorzien bijwerkingen van de gentech als deze zich door de natuur en voedselketen heen werkt.
De nietsontziende aard van de corporatie komt in deze industrie wel erg sterk naar voren: totaal niet duurzaam (er gaat vele malen meer energie in dan eruit komt), zwaar vervuilend door het geproduceerde afval, het productieproces en het transport over (te) lange afstand en als menselijke voeding volledig ontoereikend. Puur cijfermatig is een dergelijke manier van voedsel produceren niet in stand te houden en we zullen de voedselprijzen dan ook zien blijven stijgen met de olie die steeds duurder wordt en de wereldbevolking die blijft groeien. De corporaties in deze industrie laten duidelijk zien dat ze niet zitten te wachten op lokale concurrentie: door middel van handelsembargo’s en allerlei importheffingen wordt het agribedrijven van ontwikkelingslanden praktisch onmogelijk gemaakt te concurreren op de wereldmarkt. Boeren worden in het Westen door overheden platgesubsidieerd, zodat de concurrentie uitgeschakeld wordt aangezien geen enkel commercieel bedrijf tegen deze concurrentievervalsing op kan. Sommige boeren leven bijna volledig van subsidies en voor hen wordt bepaald welke gewassen ze mogen telen. Het verbouwen van gewassen voor brandstof is nog perverser dan het belachelijk is en laat zien waar we staan in deze corrupte business: je verbouwt gewassen met behulp van aardolie (kunstmest en brandstof voor de machines en kassen) om vervolgens diezelfde gewassen weer te vermalen tot brandstof. Ondertussen is 70 tot 90% van de energie die je had voor verbouwing verloren gegaan aan het productieproces, terwijl elders mensen creperen van de honger. Zoiets kan alleen maar in een corporatisch milieu ontstaan. Totaal ontspoord.
Big Agra werkt ook nauw samen met de andere corporatistische industrieën. Is ze niet alleen een grootafnemer van Big Oil, zo schurkt ze ook zwaar aan tegen Big Pharma, want die mogen het tekort aan voedingsstoffen in het voedsel aanvullen met hun pillen en de deficiëncies en allergieën die steeds meer de kop opsteken genezen met hun gepatenteerde medicijnen. Dit was vroeger met een gebalanceerde voeding en kwalitatief goed voedsel bijna niet nodig; we zijn van een preventief model naar een curatief model gegaan. Hele generaties groeien op met een totaal ontkoppeling van kennis over ons voedsel. Kip zit tegenwoordig met 5 andere doodgefrituurde stukjes meuk in een kartonnen doosje met een gele “M” erop, fruit in vloeibare vorm in een peervorming plastic flesje vergeven van de suiker en koken doe je tegenwoordig door een plastic bakje met daarin door kleur- en smaakstoffen vergeven prut te bestralen met microgolven. Uw corporatie wenst u smakelijk eten!
Klik hier voor Deel 1
Klik hier voor Deel 3
De hersengarage van Zapruder Inc.
Wikileaks PNWD MSM; business as usual
Dood door dildo @ MINJUS
Copy (is my) right
Afghanistan’s greatest misses